Etappe 5: Cabane de Moiry naar Zinal (25 km, 900 hoogtemeters)

Er hangt bij vertrek een teleurgestelde sfeer in de hut; er is regen voorspeld, en windstoten tot wel 80 km/u. Eén van mijn kamergenoten had eigenlijk de wit-blauw-witte (alpine wandeling, net wat uitdagender dan de wit-rood-wit gemarkeerde paden) route naar Zinal willen nemen, maar besluit maar terug af te dalen vanaf de hut naar de parkeerplaats en naar huis te rijden.

Ik ben eigenlijk wel blij: ik sjouw mijn regenjas en handschoenen gelukkig niet voor niets mee. We hebben een geweldige picnic meegekregen van Cabane de Moiry: een baguette met kaas, augurk, sla en mosterd, een zakje pinda’s, een mueslireep, een stuk chocola, en een appel. Daar kom ik de dag wel mee door. De enige zorg die ik heb, is dat het pad omhoog naar de Corne de Sorebois ineens als “gesloten wegens onderhoud” staat aangegeven in de Swisstopo app. Nou ja, onderhoud, daar kan ik toch vast wel langs piepen? Ik ga maar gewoon op pad en zie het daar wel.

Onderaan het betreffende pad aangekomen blijkt hoe de vork in de steel zit: er is inderdaad weinig aan de hand met het pad, maar op het bovenste, steile stuk is men met een graafmachine het pad aan het verbeteren. Dat kan leiden tot omlaag vallende stenen, en dat kan dan weer leiden tot… Nou ja, gebruik je verbeelding. Na een tijdje intens omhoog gestaard te hebben, en de kaart nog eens goed te bekijken, besluit ik dat ik ook wel een paar honderd meter links van het pad, dwars door het weiland omhoog kan. Het is best steil, maar met stokken goed te doen, en zo ben ik veilig, hoef ik mijn plan nauwelijks aan te passen en ben ik de werklui niet tot last.

Eenmaal boven blaast de wind me bijna omver. Als ik mijn stokken niet had gehad, lag ik misschien wel op de grond. Ik wend me even af van de striemende regen, en wacht tot die weer klinkt als gemoedelijk gekletter op mijn capuchon voor ik verder ga.

Aan de andere kant van de berg loopt een lang wit-blauw-wit (er zit een klein stukje met een ketting langs de wand in, en een puinhelling) pad terug tot vlak onder de pas bij de hut waar ik vandaan kom, en vanwaar ik gister de Pigne de la Lé beklom. Vanaf onder gezien kan ik me haast niet voorstellen dat er vanaf de pas een pad naar beneden loopt, maar het Pools/Litouwse stel dat ik in de afgelopen twee hutten ontmoette, en dat ik in Zinal bij aankomst weer zie, vertelt dat zij die route hebben genomen en dat het de eerste 15 minuten afdalen inderdaad een beetje spannend was, maar daarna goed te doen. Ze waren gek genoeg wel de enigen daar. :-)

Nu zit ik lekker twee dagen in hotel La Pointe de Zinal, met een kamer voor mezelf, een heerlijke douche en een groot bed. Morgen rustdag!