Etappe 9: Grünsee Mountain Lodge naar Zermatt (28 km, 1150 hoogtemeters)
Een slaapzaal voor mezelf. Een goed bed met uitzicht op de Matterhorn (ik zet de wekker een kwartiertje vroeger om de eerste zonnestralen op de berg te zien). Een raam bij mijn hoofdeinde en een raam naast me, dus ik kan de temperatuur regelen zoals ik wil. Alleen die tweede halve liter bier, gezellig gister met de vier andere, Duitse, gasten, die nekt me. Ik slaap beroerd. Eerst veel te warm. Dan naar de wc. Dan nog steeds te warm. Tweede raam open. Beter. En dan ineens veel te koud. En dan gaat de wekker al. Met geluid. Vergeten uit te zetten. Ik herinner me waarom de wekker zo vroeg staat en kijk naar buiten. Yes, de Matterhorn staat klaar om de eerste zon te ontvangen. En mijn horloge zegt dat ik goed geslapen heb en er klaar voor ben. Ik vind dat wel een mooi verhaal en besluit het maar te geloven.
Ik had gister mijn laatste zonnebrandcrème opgemaakt, maar de Nederlandse medewerker van de hut (nou ja, meer een hotel) heeft een tube waar ik wat van mag gebruiken. Fijn, want het gaat alwéér nodig zijn vandaag! Geen lunchpakket mee vandaag, maar hier rondom Zermatt is genoeg horeca te vinden op de route. Let’s go!
De route begint gemoedelijk; ik mag de eerste drie kilometer hardlopen noemen van mezelf, en de paden zijn erg verzorgd. Ik ben duidelijk in toeristischer gebied aangekomen. Het einddoel van de Via Valais is dichtbij. Als ik het eerste pad naar beneden zou nemen, zou ik in een uurtje bij de finish zijn. In plaats daarvan voert de route eerst een heel stuk westelijk boven Zermatt langs, om vlak onder de Matterhorn (het pronkstuk en de aandachttrekker van de omgeving) door te gaan, daarna omhoog te gaan en vervolgens diezelfde Matterhorn van de tegenovergelegen berg nog eens goed vanuit een ander perspectief te bekijken.
Onderweg kom ik nog een hangbrug tegen. Niets vergeleken met de gemiste hangbrug bij Randa, maar toch leuk. Ik kom ook aardig wat dieren tegen. Een eekhoorn die speelt met een zojuist gevallen dennenappel maar wegrent voor mij, dan toch terugkomt voor de dennenappel, weer wegrent, en zo lijkt het nog even door te zullen gaan. Ik besluit maar een kijkje te nemen bij de marmot die verderop op de weg zit. De meeste marmotten schieten snel weg in een hol in de grond; deze zoekt zijn toevlucht achter een ventilatierooster van de kapel naast de weg. Daarna volgt nog een berggeit; groter wordt het niet vandaag.
De route vandaag is passend als afsluiter. Niets moeilijks meer, regelmatig renbare stukken, één flinke klim maar die is mede door het uitzicht goed te doen, en tenslotte een lang, vrijwel vlak stuk op grote hoogte, om uiteindelijk bij het Trift Hotel aan te komen. Ik neem een late lunch van preisoep en een salade, die ondanks dat ook hier alles met de helikopter wordt ingevlogen, behoorlijk betaalbaar is.
Net voordat ik uitgegeten ben, verschijnt er een bekend gezicht: Dave uit Berkeley, waarmee ik in de Turtmannhütte een kamer deelde. Die had ik afgelopen nacht ook verwacht te zien in de hut, en ik vroeg me al af of er iets mis was. Hij bleek in een andere hut vlakbij te zitten. We kletsen even bij en lopen dan samen de laatste paar kilometer naar beneden naar Zermatt. Het is nog even heerlijk doorrennen, tot mijn horloge ineens zegt: “In forty meters: end.”
En daar staan we dan zomaar in de drukste winkelstraat van Zermatt. Geen lint, geen poortje, niemand met een stempel voor de stempelkaart die we niet hebben. Gewoon ineens afgelopen. Het is mooi, nee, fantastisch geweest, maar het is toch raar. We begonnen er net een beetje in te komen… We vieren onze prestaties nog even met een biertje (bij een wijnbar, maar ja, we waren al gaan zitten en hadden wel even genoeg beweging gehad), kletsen wat na over de route, onze families, en dat soort dingen, en dan is het echt echt voorbij. We nemen afscheid, en duiken de anonimiteit van Zermatt in. Als al die mensen toch eens wisten wat een gave dagen wij hebben gehad…























