Vreemdgaan in Rotterdam

Deze week was ik even uitgekeken op de Heuvel Zonder Naam. Ik had goede verhalen gehoord over de zogenaamde Rotterdamse Alp, een flinkel heuvel in Bergschenhoek, bestaande uit bouw- en sloopafval van een halve eeuw geleden, inmiddel flink begroeid. Dus afgelopen vrijdag weer vroeg op pad, nu eens niet naar het oosten, maar naar het westen. En raar maar waar, daar lag inderdaad een behoorlijke berg in het verder erg vlakke land. Ik had deze keer ook de stokken meegenomen, de armen moesten ook eens getraind. En die kwamen daar prima van pas. De heuvel kan van meerdere kanten beklommen worden, waarbij het pad van twee kanten flink steil is, zo’n 20%. Eén klim levert 35 hoogtemeters op, meer dan twee keer zoveel als de HZN. Dat tikt lekker aan. Qua hoogtemeters per turfstokje dan, qua tijd kosten die 1000 hoogtemeters nog steeds ruim twee uur. Het voelde erg nuttig om wat langere klimmen te doen. En het uitzicht op de top, over de skyline van zowel Rotterdam als Den Haag, was best indrukwekkend.

Tot zover het goede nieuws. Want man, wat stinkt het daar op die berg. Alsof door de wekenlange droogte de plasjes van alle trailgekkies die daar trainen niet meer wegspoelen. Nou ja, het was steeds weer een goede reden om snel weer naar boven te lopen.

En dan de mensen. Ik kwam behoorlijk wat lopers tegen, maar slechts eentje, die ook met stokken bezig was, wilde na een kwartiertje toch wel een praatje maken. Alle anderen keken stug voor zich uit, er kon nog geen goedemorgen af. Ze zeggen wel eens dat Utrecht ook bij de Randstad hoort, maar ik zie toch een duidelijk verschil. Volgende week maar weer naar Leersum…

Training