Etappe 7: Turtmannhütte naar Herbriggen (21 km, 1150 hoogtemeters)

Wat een epische tocht was dit! Om 5:30 gaat de wekker, 6:00 ontbijt, 6:30 vertrek. Helaas in de lichte regen; dat is een beetje overbodig want ik had vrijdag al mijn regenjas niet voor niets meegesleept naar Zwitserland, dus dat vinkje had ik al. Maar goed, dat mocht de pret niet drukken, dus hup! Op weg naar de Barrhorn! Al vrij snel vanaf de hut kom ik op ruige paden van het type “er staat wit-rood-witte markering bij dus het zal wel een pad zijn”. Na een korte klim verdwijnt de hut uit het zicht en ben ik omgeven door stenen, gletsjers, stenen, ruige bergtoppen, en nog veel meer stenen. Op een enkele raaf na is het behoorlijk uitgestorven daarboven.

Het uiteindelijke doel vandaag is Randa, dat zo’n 2000 meter onder het Schöllijoch ligt, de pas die ik over moet. Maar voor het zover is, eerst nog even wat verder omhoog, naar de Barrhorn, het hoogste als normaal wandelpad geclassificeerde punt in Zwitserland met 3610 meter, en tevens de bestemming van vele bezoekers aan de Turtmannhütte. Van onderaf zie ik al dat de top vannacht een klein laagje verse sneeuw heeft gekregen. Eenmaal op de top krijg ik zelf ook een vers laagje sneeuw op me. Dat is nog een flinke klim, over eindeloze puin- en grindhellingen; eerst grijs, dan roodbruin en tenslotte zwart (met witte stipjes sneeuw). Boven is het uitzicht door de bewolking niet heel weids, maar wat er door de gaten in de bewolking wel zichtbaar is, is imposant, evenals de blik naar beneden op de lager gelegen gletsjer. Het is op de top zo koud dat mijn telefoon plotseling uitvalt, en ik besluit maar snel door te lopen, voordat mijn vingers te koud zijn om het Schöllijoch af te dalen.

Die vingers heb ik namelijk hard nodig daar. Het Schöllijoch is een vrijwel verticale wand van zo’n 80 meter hoog, die ik moet afdalen via verschillende constructies met in de wand geschroefde ijzeren ladders, touwen en beugels. Terwijl ik boven wat gekke dansjes sta te doen om mijn handen op te warmen (en stiekem misschien ook tegen de zenuwen, want een mede-Via-Valais-reiziger beschreef dit stuk gister als “literally THE SCARIEST thing I have ever done”), komt er net een man naar boven die even naar mijn uitrusting kijkt, en vervolgens waarschuwt dat het stuk direct onderaan de ladders nog even glad is, maar dat de gletsjer daarna goed begaanbaar is zonder spikes. Verder straalt ie op geen enkele manier uit dat ik de afdaling niet zou moeten doen, dus ik begin er maar snel aan. Het blijkt vooral leuk; er hangen genoeg touwen om me continu goed vast te kunnen houden, en de ladders voelen stevig. In een minuut of tien kom ik bij de onderste trap, en vanaf daar hangt er alleen nog een lang touw, terwijl de gletsjer (misschien anders dan vroeger) nog een behoorlijk stuk steil afloopt. Met wat gestuntel en wat vervreemde blikken van drie mensen die inmiddels staan te wachten om naar boven te gaan, overleef ik ook de laatste paar meter en hoef ik alleen nog maar de gletsjer over te glibberen. Die blijkt vrij ruw, dus dat is geen probleem. Schöllijoch: check!

Na de gletsjer kom ik weer in een eindeloze wereld van stenen terecht. Ik ben inmiddels al 400 meter afgedaald vanaf de Barrhorn, maar moet nog zo’n 2000 meter omlaag om in Herbriggen te eindigen. Na de stenenwereld verschijnt er langzaam steeds meer groen. Eerst mossen, dan grassen, dan struikjes, en tenslotte ook bomen. Ik ben al lang uit het hooggebergte als ik op 2100 meter, in een weitje tussen de bomen, ineens oog in oog sta met een heuse steenbok. We kijken elkaar een tijdje verbaasd aan, tot het dier besluit om maar ergens heen te gaan waar het rustiger is.

Daarna nog steeds 900 meter te dalen, en mijn knieën beginnen het wel zat te worden. Het pad blijft tot het einde toe vreselijk steil, bochtig en vaak glibberig. Alles gaat langzaam, maar uiteindelijk ben ik dan beneden in Herbriggen. Daar pak ik de trein naar Randa, waar ik voor mijn gevoel de enige gast ben in het enige hotel dat open is. Het lijkt erop dat er geen enkel restaurant in de buurt is, maar de hoteleigenaar biedt me voor een schappelijk bedrag een Salatteller aan, en zo is dat ook weer opgelost. Verder wil ie heel graag dat ik de Charles Kuonen hangbrug bezoek. Die zit normaalgesproken ook in de route van de Via Valais, maar het stuk Europaweg dat ik daarna kan volgen richting Zermatt, is dicht. Dat zou betekenen: 800 meter omhoog naar de brug, weer helemaal afdalen, naar het volgende dorp lopen, en dan weer 800 meter terug omhoog om de route op te pakken. Zonder dat ik erom vraag begint de hoteleigenaar al te bellen met iemand die misschien morgen met de auto omhoog rijdt, om mij op de route af te zetten. Dat lukt helaas niet, en ik ben er wel blij om, want ik wil liever alles lopen. Ik kom later nog wel eens terug voor die hangbrug.

Dat “alles lopen” is vandaag overigens dus niet helemaal gelukt. Mijn afdaling zou eigenlijk naar Randa voeren, maar die paden zijn momenteel dicht omdat de gletsjer die erboven hangt instabiel is. Vandaar de afdaling naar Herbriggen. Ik had het laatste stuk naar Randa misschien nog kunnen lopen, maar het wandelpad langs de rivier was ook afgesloten, en om de etappe nou af te sluiten met 4 kilometer langs de autoweg leek me niets. Dan toch maar de trein.